content

Marten Toonder en Rotterdam

28 april 2012

Op 2 mei is het honderd jaar dat striptekenaar Marten Toonder werd geboren – voor zijn bewonderaars aanleiding om 2012 uit te roepen tot Toonderjaar. In januari werd het Toonderjaar ingeluid met de opvoering van een musical in het Rotterdamse Luxor Theater. Rotterdam is de stad waar Toonder werd geboren en opgroeide.

Marten Toonder was de zoon van zeekapitein Marten Toonder en Trijntje Huizinga. Op negentienjarige leeftijd vergezelde Toonder zijn vader op een zeereis naar Buenos Aires. Hier maakte hij kennis met de tekenaar Dante Quinterno. Door zijn werk besloot Toonder eenmaal terug in Nederland tekenlessen te nemen.

Op de kunstacademie

Zo belandde hij in 1932 op de Rotterdamse Academie (nu Willem de Kooning Academie). Hoewel zijn aanloop veelbelovend was, werd zijn verblijf aan de academie geen succes. In zijn autobiografie Vroeger was de aarde plat (Amsterdam 1992) schrijft Toonder : ‘De toelating was heel vlot verlopen toen ik er mijn tekenwerk toonde aan de heer Jongert. Die vond dat er wel aanleg in zat, en hij deelde me in bij een begingroep in een muffe ruimte die met gipsen beelden en opgezette dieren gestoffeerd was’.
Maar vervolgens kreeg hij te maken met een ongeïnspireerde docent die hem telkens opnieuw een gipsen afgietsel van een Brutuskop liet natekenen. Alles bij elkaar zat hij een week op die Brutus te zwoegen ‘zonder dat hij door de beugel kon’. Een andere docent gaf Toonder de opdracht ‘een opgestopte uil’ te tekenen, die hij evenmin kon vastleggen omdat hij ‘de vederstructuur niet aanvoelde’. Op een dag zag Toonder hoofddocent Herman Mees de trap afkomen, gevolgd door een grote groep ouderejaars.  ‘Die hele zwerm verdrong zich om de Meester’, Aldus Toonder. ‘Want de Meester was hij, dat leed geen twijfel. “Dat is Mees!”, fluisterde een van mijn studiegenoten. “De beroemde schilder!”’ Op dat moment realiseerde Toonder zich dat het nog heel lang zou duren voordat hij in het gevolg van Herman Mees, het pand zou kunnen verlaten. Kort daarna stopte hij met zijn studie. Hij had het twee maanden uitgehouden.

In 1935 trouwde Toonder met zijn Rotterdamse buurmeisje Afine Kornelie Dick, kortweg Phiny Dick. Kort na hun huwelijk verhuisde het echtpaar naar Leiden, waar Marten Toonder illustrator werd bij een drukkerij. Vermoedelijk bracht hij in 1940 zijn eerste beeldverhaal Japie Krekel tot leven. In 1941 begon Toonder in De Telegraaf met de striproman Tom Poes.  Na de oorlog begon Toon aan nieuwe strips als Kappie (1945) en Panda (1946). Vanaf 1947 hervatte Toonder Tom Poes in verschillende dagbladen. Spoedig volgden ook Tom Poes-weekstrips en het Tom Poes-weekblad. Tevens produceerde Toonder reclamefilms en tekenfilms, maar zijn strips brachten hem de meeste erkenning.

Rotterdam en Rommeldam

Woonplaats van de hoofdrolspelers van de stripseries over Tom Poes en Olivier B. Bommel is de fictieve stad Rommeldam. De stad kwam voor het eerst voor in het verhaal De geheimzinnige roverhoofdman uit 1941. De naam vertoont niet toevallig grote gelijkenis met de geboortestad van Toonder. Toen Marten Toonder Rommeldam verzon lag zijn geboorteplaats in puin.De fictieve en werkelijke stad vertonen overigens weinig gelijkenis. Rommeldam is een klein stadje met veel ‘middeleeuwse’ gebouwen. Wel heeft Rommeldam net als Rotterdam een haven en beide steden liggen aan een rivier.

Rommeldam zou later nog veel in de media opduiken. Burgemeester Bram Peper (1982-1998), geconfronteerd met een ‘bonnetjesaffaire’ waarin hij werd beschuldigd (en later gezuiverd) van overmatig declaratiegedrag, werd wel de burgemeester genoemd van ‘Rommeldam’. Zijn opvolger burgemeester Ivo Opstelten (1999-2008) werd vanwege zijn postuur, zware stem en plechtstatige voorkomen wel aangeduid als burgemeester ‘Dickerdack’, naar de burgemeester van Rommeldam.

In zijn laatste levensjaren bezocht Toonder regelmatig zijn geboortestad. In 2002 was hij nog aanwezig toen ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag het `Bommel-object` op de Blaak werd onthuld. Dit monument was hem aangeboden door de stad Rotterdam. De figuren op het beeld, de meeste reliëfs en decoraties,  verwijzen naar zijn stripverhalen waarin Olivier B. Bommel en Tom Poes de hoofdrol spelen. Op 27 juli 2005 overleed Toonder in Laren.

Lees ook het artikel over Toonder in het Rotterdams Jaarboekje